Recruitment en selectie

“Meester Wouters had de beide vroedschapsleden uitgelegd hoe hij zich het spel had gedacht. Het zou op een altaar lijken; de retabel, de opstand, zou ter weerszijden door twee engelenfiguren geflankeerd worden.

selection

Over het mechanische gedeelte sprak de meester niet. Dat waren geheimen van het ambacht, die hij de heren niet kon toevertrouwen; dat zouden zij wel kunnen begrijpen. Maar wat de toeschouwer te zien zou krijgen, dat wilde Pieter Wouters wel vertellen. Allereerst zag hij de drie wijzen uit het Oosten – dat was aan de rechterkant – met hun kamelen verschijnen. Zij waren koninklijk gekleed en wandelden langzaam en plechtstatig voort, totdat zij in het midden van de opstand kwamen. Voor een klein, maar sierlijk kasteeltje hielden zij stil. De deuren in de slotpoort openden zich. Nu zag hij de Heilige Maagd op een gouden troontje op de binnenplaats van het kasteeltje zitten. De koningen bogen hun hoofd en begroetten en vereerden de Lieve Vrouwe. Terzelfder tijd openden zich twee deuren, die zich in de wolken boven het slot bevonden. Bazuingeschal weerklonk! De toeschouwer zag de Heer in al Zijn majesteit ten oordeel zitten, omringd door engelen en heiligen. Nu bemerkte hij ook waar de hemelse muziek vandaan kwam. De twee engelenfiguren ter weerszijden van de retabel hadden hun armen opgeheven en hun bazuin aan de mond gebracht. Nu zag hij de doden uit hun graf komen. De grafstenen, waarmee het landschap rondom het kasteeltje geplaveid was, hadden zich geopend. Op hetzelfde ogenblik hief de goddelijke Rechter de hand op en ziet: in de rots, waarop het kasteeltje stond, opende zich de hellepoort. Ook de duivelen hadden de bazuinen van het laatste oordeel gehoord en spoedden zich naar boven. De meester maakte opnieuw beweging met de hand. Door dit teken scheidde hij de zaligen van de verdoemden. De duivelen grepen de laatsten bij het hoofd en sleepten hen naar beneden, de hellepoort binnen. De zaligen echter rezen naar boven en namen aan de rechterzijde van de Heer in de hemel plaats. Nu was het einde van het spel gekomen. De drie wijzen hieven hun hoofd weer op en vervolgden met hun kameel hun weg. De deuren van de slotpoort, van de hemel en van de hel sloten zich en ook de grafstenen klapten dicht. Wanneer de koningen met hun dieren in het westen – dat was aan de linkerkant – verdwenen waren, was het spel uit; dan zag de toeschouwer van de figuren alleen nog maar de twee engelen terzijde van het aardse landschap staan. Geen der toeschouwers zou het echter opvallen dat de wangen van de engelen, die hun armen nu niet langer opgeheven hielden om hun bazuin aan de mond te brengen, nog altijd bol en gespannen stonden.

hired

Toen de beide vroedschapsleden hem verlaten hadden, overdacht meester Wouters hun woorden. ‘Als het maar een kostbaar stuk wordt, waaraan iedereen zich vergaapt. Vooral de vreemdelingen, vooral de poorters van Nijmegen, moeten stomverbaasd staan,’ had Donckers gezegd en Van Hameel had daaraan toegevoegd: ‘Het spel, meester, moet een doorn in hun oog zijn. Zij moeten ons het bezit van het mechanisch, vindingrijk kunststuk, dat gij gaat maken, benijden. Maar dat is alleen mogelijk wanneer het zijn weerga niet vindt. Wilt u daaraan denken! Een tweede exemplaar, aan het eerste gelijk, maakt dat eerste waardeloos. Men gaat naar Mechelen om de landvoogdes te zien; zetelde er een tweede elders, dan ging er niemand meer naar Mechelen!’ Er kwam een harde uitdrukking in de ogen van de meestersmid. Hij mompelde: ‘Zij willen met hun geld pronken en daarmee anderen de ogen uitsteken; zij willen hun buren naijverig maken, dat is hun oogmerk; de rest telt bij hen niet.’ Toen dacht hij aan de woorden die een eenvoudig timmerman in de eiken deuren van het Sint-Jansportaal van de Grote Kerk gegrift had: ‘Jezus, wij vertrouwen dat Gij ons bijstaat, want wij werkten tot Uw eer.’ En de harde uitdrukking verdween uit zijn ogen. Meester Wouters wist wat hem te doen stond.

Na maandenlange arbeid was het spel van het oordeel Gods gereedgekomen. Meester Wouters stond het in zijn winkel te bezien. Hij had het mechaniek opgewonden. Gedurende een week kon het spel voortgang vinden, elk uur opnieuw. Toen het klokje van noen luidde, begonnen ook de kleine bellen te klingelen, die in de donjon van het kasteeltje van de Lieve Vrouwe waren opgehangen en nadat zij uitgerinkeld waren, klonken hoog en fijn de slagen van het middaguur. Nu kwamen de koningen uit het Oosten tevoorschijn en begonnen hun tocht over de wereld. En alles verliep regelmatig en zonder stoornis, zoals de meestersmid het had uitgedacht. De deuren van de slotpoort, van de hemel en van de hel openden zich; de personen deden wat er van hen verlangd werd; wat op, boven en onder de aarde is, werd vertoond. Meester Wouters zag met welgevallen naar zijn werk. Zijn berekeningen hadden niet gefaald; zijn machinerieën waren feilloos geconstrueerd en de beelden waren geen houten poppen zonder meer, nee, zij keken de mensen met hun hemelse, aardse of duivelse gezicht onderzoekend aan. Twee poppen waren er die de meester een ondeugend plezier verschaften. Het waren Beëlzebub en Lucifer. Wanneer de hellepoort was opengegaan en de duivelen naar buiten waren gedromd, bleven deze beide helse oppergeesten met rollende ogen en malende kaken in de poel des verderfs achter. Zij waren gedoemd zonder enige onderbreking te midden van de rode, op en neer dansende coulissen die de vlammen van het hellevuur voorstelden, te verblijven. Hun gezicht mochten zij vertrekken, met armen en benen mochten zij wild in het rond slaan, de onderwereld voor maar één ogenblik verlaten, mochten zij niet! Maar dit alles zou meester Wouters geen ondeugend plezier hebben kunnen verschaffen. Nee, het waren de tronies van Beëlzebub en Lucifer die dat deden! Van zeer nabij bekeek de meester-smid hun gezicht. Deden deze beide helse geesten niet aan twee leden van de Bossche raad denken? Deze Beëlzebub met zijn nijdige trekken, kon die niet de tweelingbroer van het lid der vroedschap Van Hameel zijn?”

Save

Save

Save

Save